Vrijheid

Als ik aankom op school zijn de andere begeleiders al aanwezig. Het valt me gelijk op. Geen moeder te bekennen dit keer. Vaders en een opa die mee gaan op de excursie met groep 8. Wellicht dat het met de logistiek thuis zit maar het kan ook komen door het onderwerp van de excursie. Het thema in de klas was afgelopen weken de oorlog en met deze excursie naar het Joods Historisch Museum in Amsterdam wordt het thema kracht bijgezet.

Niet veel later komt de groep naar buiten op naar hun uitje en heb ik 3 prepuber meisjes achterin zitten. Met een oor luister ik naar 538 en met het andere oor, zover mogelijk, naar het gekakel achter me. Waar ze ook heen gaan, wat ze ook gaan doen, uitgelaten zijn ze altijd. Het is anders dan anders en dat zorgt voor een opgewonden stemming. Wat fijn dat Amsterdam Noord dan niet zo ver is. Alhoewel het ook weer een voorrecht is om deze gesprekken te mogen waarnemen als taxichauffeuse. Je hoort nog eens wat.

Binnen 20 minuten rijden we het parkeerterrein op van Artis en lopen we verder de stad in op weg naar het museum. In een korte tijd van het dorpse zo in de grote stad die op maandagmorgen vroeg nog in redelijke opstartmodus is. Dat geldt echter niet voor de dieren in Artis die abrupt zullen worden wakker geschud door ladingen andere prepubers die een dagje voor de kooien worden losgelaten.

Doordat we iets te vroeg zijn om naar binnen te gaan bij het museum, lopen we met de klas door naar het einde van de straat het Wertheimpark in. Hier staat het herdenkingsmonument ter nagedachtenis aan de omgekomenen in het concentratiekamp Auschwitz en de andere concentratie- en vernietigingskampen. Het is vorige week dodenherdenking geweest en het monument ligt vol met bloemen en brieven geschreven door kinderen. De inmiddels verwelkte bloemen benadrukken de ellende. Nooit meer Auschwitz.

Terwijl ondertussen de stad langzaam verder ontwaakt en het leven op gang komt, gaan wij het museum binnen, gevestigd in vier monumentale synagogen middenin het Joods Cultureel Kwartier. Na een jas, tas en plaspauze verder, zitten we even later midden in een verhaal over het begin van de Tweede Wereld Oorlog en de Joodse samenleving. Schoolfoto’s van toen en de afschuwelijke verhalen erachter. We worden meegenomen door een stuk uit het boek van Jacqueline van Maarsen dat wordt voorgelezen.

Ruim 100.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen afgevoerd en vermoord. In de Amsterdam Arena kunnen 50.000 mensen dus het gaat om twee van deze Arena vol aan mensen die om hun achtergrond zijn vermoord. En alhoewel dit ik al jaren weet, deze lessen ook op school heb gehad, is het net of het nu veel meer binnenkomt. Ondanks het totale niet bevatten van wat er is gebeurd, komen deze verscheurende verhalen nu als moeder zijnde zoveel harder en heftiger binnen.

De kinderen zijn duidelijk geïntrigeerd door het verhaal, stellen goeie vragen en denken vooral mee over hoe het toen ging. Over leeftijdsgenootjes in een totaal ondenkbare wereld voor hun.  Ze hoeven echter niet alleen te luisteren en stil te zitten maar mogen ook zelf aan de slag met het onderwerp. Een introductiefilmpje brengt ze op weg. Een oudleerling van de 1e Montessorischool is geëmigreerd naar Amerika en als kunstenaar ontwerpt hij ter herinnering voor iedere omgekomen (oud)leerling van zijn school een houten koffer. De koffers hebben verschillende maten naar leeftijd van het kind. De naam, datum van overlijden en de leeftijd van het kind, zijn op de koffers geschilderd.

Beneden staan alle 172 koffers uitgestald wat gelijk een veel groter visueel vermogen geeft aan het aantal kinderen dat letterlijk uit het leven is weggerukt. Het kunstwerk van koffers is ontstaan naar aanleiding van een reünie ter ere van het 80-jarige bestaan van de school. De kinderen mogen gelijk aan de slag om gezamenlijk van al deze koffers hun eigen kunstwerk te maken. De groep is in tweeën gedeeld zodat de ene groep begint en later de andere groep met hun eigen visie het kunstwerk kan afmaken.

Dat wat zo lang geleden gebeurd is in een vorige eeuw en zover van hen afstaat, wordt kleiner gemaakt en dichter bij hen en hun beleving gebracht. De getallen krijgen namen en leeftijden net als zij zelf. Zo ook de volgende opdracht. Een gigantisch database van namen met voor ieder omgekomen persoon van die ruim 104.000 mensen een eigen pagina op het internet (www.Joodsmonument.nl). Door het klikken op een naam wordt zo iedere omgekomen persoon (wereldwijd) herdacht. Dit volgens het Joodse geloof dat je door de herinnering in leven zal blijven. Ze gaan aan de slag met een naam en komen steeds meer te weten over de persoon en zijn/haar leven destijds.

Na deze unieke stap in een totaal andere wereld, stappen we twee uur later de deur weer uit en staan midden in het leven van nu. Amsterdam is wakker geworden. Een toeriste die buiten aan een tafeltje een bakkie leut drinkt met een peuk erbij. Witte verwassen tennissokken in een kek zwart open muiltje en een muts op. Amsterdam, voor mij altijd de stad waarin in alles kan en mag. De stad van ongekende vrijheid. Alhoewel dat absoluut niet zo zal zijn, heeft de stad redelijk deze world wide reputation en zeker de uitstraling.

Zoals liefde en haat zo dichtbij elkaar kunnen liggen, zo zit het gevaar in het geluk van de vanzelfsprekendheid. Voor vrijheid is toen keihard gevochten maar zal tegenwoordig nog steeds voor gevochten worden. Helaas is onze vrijheid nu nog steeds niet zo vanzelfsprekend voor vele anderen. Het herdenken van toen is ook de wijsheid van nu in het respecteren dat die ander anders is dan jij.

Leven en laten leven. Nooit meer Auschwitz. Ook niet in het klein.

Kunst-zinnig

Hij gaat helemaal los. Lyrisch en vol passie praten zowel zijn handen als zijn gezicht over de kleur ultramarijnblauw van de kunstenaar Yves Klein. Het diepste blauw als de kleur van de nacht. Om er zo in te willen duiken. Stralende energie in de objecten in uitersten om het onzegbare te kunnen zeggen.

Nee, ik heb het niet over een stuiterende Jochem Myjer die over zíjn stadje Leiden vertelt. Ik heb het over Jasper Krabbé bij de DWDD die over kunst vertelt. Wat hij wat mij betreft ook zonder woorden had kunnen doen. Zijn expressie vertelde alles wat je wilde weten, niet wist en misschien niet eens wilde weten.

Mijn vader noemde mij vroeger een cultuurbarbaar. Meedogenloos maar een volledige kern in de waarheid. Kunst is wat mij betreft vaak iets wat je wíl zien in iets. Een manier van omdenken maar dan zonder te denken door er anders naar te kijken. Zelfs kinderlijk recalcitrant word ik er soms van.

Ik kan op m’n kop gaan staan maar dan snap ik het meestal nog niet. De gedachte, het gevoel, de geschiedenis en het verhaal, I’m totally lost. De kleur blauw die je echt gezien moet hebben om te voelen en te ervaren. Hhmm doe mij een gave vakantie naar IJsland en ik kan minstens net zo losgaan, maar duiken in de kleur ultramarijnblauw gaat ‘m bij mij echt niet worden.

Maar hoe gaaf is het dat iemand zo kan opgaan in die kunst en er met zoveel liefde en passie over kan vertellen? Je zou haast verliefd kunnen worden op het hele verhaal. Het is daadwerkelijk een kunst op zich om zo enthousiast iets over te brengen aan een ander die er geen bal verstand van heeft of er überhaupt wat mee heeft.

Het is juist deze kunst van de passie die ik liefheb als kunst. Dat iemand zoveel plezier in iets heeft en de liefde hiervoor aan alle kanten van het scherm spat. Waar kom je dat nog tegen? Nou, letterlijk een week later bij DWDD. Nog een kunstliefhebber in ieder bloedvat van kruin tot teen. Magisch enthousiast vertellend over het grootste kunstspektakel in Venetië waar werkelijk de kosten nog de moeite zijn bespaard en 10 jaar is aan gewerkt.

Ik kijk deze aflevering in herhaling de volgende ochtend. Echt kijken kun je het niet noemen want ik sta met mijn rug naar de tv in de slaapkamer de kozijnen te schilderen. Ook een kunst op zich met 6 van die geweldige architectonische raampjes met te veel hoekjes voor mijn dikke kwast en ik.

Maar geanimeerd ga ik verder door het gesprek op de achtergrond. Ervaar iets van herkenning als ik de woorden kunst en kitsch in één zin hoor. Now we are talking! De beste man gaat verhalend los en praat haast sneller nog dan Matthijs. Wat dan ook weer een kunst is. Fantasie en geloof gaan door elkaar heen net als de ongelofelijke hoeveelheid euri die ermee gepaard gaan. Het kost wat maar dan heb je ook wat is kennelijk het motto. Miljoenen aan tijd en geld gaan erin maar nog veel meer komt eruit. Hoe kunstig is dat dan weer?

Ik mis het volledig wat er hier in dit spektakel gebeurt, wat overigens ook komt door het feit dat ik niet aan het kijken ben. Toch word ik wederom gegrepen door het verhaal van vertellen. De passie en de liefde voor iets wat ik, zelfs als emotioneel incontinent vrouwpersoon, totaal niet ken.

Ook dat is natuurlijk niet helemaal waar want er is toch ook aardig wat kunst die ik zeker wél kan waarderen. Vol bewondering kan ik naar de Nachtwacht kijken en met nog meer verwondering kijken naar de details met de gedachte aan het geduld en de tijd die hier is in gestoken. Ook de kunst van de fotografie kan me raken, ontroeren en inspireren. Kunst gaat dus verder dan een schilderij of een totaal onbegrepen beeld.

Zo ontdekte ik dat tijdens een wandeling op de boulevard van Scheveningen. Daar, out of the blue, stonden er beelden te glimmen in de zon. Heel grote maar ook kleine bij elkaar. Des te dichterbij we komen, des te gedetailleerder de beelden blijken te zijn. Ze nodigen uit om aan te raken, door je knieën te zakken om beter te kunnen zien (voor 40+ en ouder) en letterlijk te ontdekken wat er nog meer verstopt zit (de sleutel). Deze kunst maakte ons aan het lachen, we werden er blij van en voegde daadwerkelijk iets positiefs toe aan het moment op deze kale boulevard.

Over kunst valt net als smaak wellicht te twisten maar ieder kan op zijn/haar eigen niveau op vele vlakken ervan genieten. Al was het maar door de kunstzinnige enthousiasme van een ander, wat er spontaan op je pad komt of waardoor je wordt geraakt in het moment.

Uiteindelijk vind ik het hele leven een kunst en de kunst van het leven is je laten verrassen door het onverwachte en de liefde waarmee wordt gecreëerd om te delen in het gezamenlijk geluk. Een kunstzinnige gedachte.

 

 

 

 

Lente is weer in ’t land

De zon piept langs de randen van de rolgordijnen de slaapkamer binnen. Wakker worden uit jezelf door het licht is altijd beter dan van de wekker. Het voelt gelijk anders. Tegenovergesteld aan onheilspellend maar met dezelfde wakkere, alerte energie.

Buiten hoor ik het geluid van de eerste hoge drukspuiten en boormachines hun ruimte in de rust innemen. Mannen worden weer aan het werk gezet met elektrisch gereedschap terwijl de vrouwen de boel opleuken met kittige viooltjes.

Alhoewel de kreukels uit mijn verfrommelde slapende gezicht niet sneller wegtrekken, gaat het wakker worden mentaal verder wel sneller. Fysiek loop ik altijd een mijn eigen zomertijd-uurtje achter. Met 44 lentes verder ervaar ik een mindere souplesse en dient de onderrug te worden los gemaakt met een Zonnegroet of Cobra om de dag niet krom te beginnen.

Eenmaal buiten is die speciale en vooral ondefinieerbare geur in de lucht. Net als de smaak van cola niet uit te leggen in specifieke woorden. Het ontwaken uit de bezinning en rust van de winter is aangebroken. En we zijn niet de enige die het merken. De f*cking pitchen op het dak is gelijk in zijn repeteerstand roekoe aan het verkondigen. Ieder voordeel heb ze nadeel blijkt maar weer.

Donker ouder groen maakt plaats voor fris fruitig sappig groen. Oude besjes worden letterlijk ingeruild voor jonge blaadjes. Naar boven rijkend om maar iedere glimp te kunnen opvangen van het goud uit de lucht voor verdere groei en bloei.

Lijkt het nou zo of lacht iedereen inclusief me, myself & I meer? Uit onze holen gekropen weer tijd voor een geïnteresseerd luchtig praatje in plaats van eenzijdig turen op een scherm. Die blauwe hemel en het stralende goud zorgen letterlijk voor meer warmte en verbinding.

Op de fiets is mijn bestemming er haast te vroeg met de muziek van Justin Timberlake in mijn oren. De verlichte energie lijkt eindeloos met mijn voeten op de trappers. Ideeën, inspiratie en zelfs jeugdigheid komen naar boven. Ben ik eigenlijk een halve oude bes op die stalen ros, voel ik me even een jong, pittig, levendig jong blaadje achter mijn zonnebril. Ach, daar plukt manlief dan toch ook weer zijn voordeel van. Dat dan weer wel.

Maar diezelfde natuur kan ook behoorlijk meedogenloos zijn. Lijkt alles liefelijk te gaan om de romantiek en het flirten in het voorjaar, gaat het er ook kneiterhard aan toe. De eenden, die er genetisch ook niks aan kunnen doen dat ze zo lelijk zijn, gaan achter elkaar aan met een kennelijke hoge, opgespaarde nood voor de manlijke exemplaren.

Van tijd nemen om jezelf überhaupt voor te stellen of in ieder geval daten, is er niet bij. De woerd grijpt zijn vrouwelijke soortgenoot bij de nek en gooit zijn volle gewicht boven op haar. Kansloos is ze in deze brute verkrachting out in the open naast het fietspad. Ik weet zeker als zij straks braaf op haar eitjes zit en zich met alle liefde ontfermt over haar kuikens, hij zich uit de voeten maakt op zoek naar een volgend jong blaadje.

Ondertussen is het genieten van dat wat er even is. Een cadeautje wat je niet kopen maar alleen op getrakteerd kan worden. Beetje mijmeren met het gezicht in het zonnetje. Denkend aan iets of juist niets. Plannen makend voor de vakantie in de zomer of filosofisch het dagelijkse leven onder de loep nemen. Met een biertje of wijntje binnen handbereik, proostend op de cirkel van dit leven.

 

 

 

 

#heelhollandstemt

Scheermessen, stomerijen, visagisten, chauffeurs, beveiliging en vooral mannen in pakken draaien overuren de afgelopen weken. Bijna een overkill aan gesprekken, discussie, debatten, inpeperen, afzeiken en zichzelf ophemelen.

Ja, er is vier jaar voorbij voor de politiek in Nederland en dé verkiezingen gaan plaats vinden. Ruim 13 miljoen stemgerechtigden in het land die hun stem mogen uitbrengen. In anonimiteit in een hokje waar niemand hoeft te weten wie of wat je stemt.

Want dat is wel een dingetje blijkt. Dat je laat weten op wie je stemt. Je krijgt haast een stempel op je gedrukt als je meldt wie jouw stem krijgt. Naast uiteraard medestanders heb je ook tegenstanders en die duwen je gelijk in een hoekje. Oooh, ben jij er zo eentje, hhmmm. Er hangt altijd een vreemdsoortig sfeertje omheen bij de verkiezingen.

Weet ik van vroeger toen alles anders was maar toch ook weer niet, dat fanatieke aanhangers een poster in het raam hadden hangen. Zij kwamen er recht vooruit voor wie ze gingen stemmen en wilden met deze posters zieltjes winnen voor meer stemmen. Trots waar ze voor staan en daar open voor uitkomen.

Tegenwoordig kan het ook je kop kosten met zo’n poster in je raam. En ach wie wil nou het hoofd van Wilders in zijn keuken hebben hangen als je staat te koken? Dan vergaat je eetlust toch gelijk? Maar ook daar denken anderen weer anders over gezien de peilingen.

Zoveel mensen, zoveel wensen. Met het recht tot een stem en een recht dat niet hoeft te worden genomen maar wordt gekregen in een land met een democratie. Een mening van klagen en afzeiken tot dankbaar zijn en waarderen. Er is toch ontzettend veel mogelijk in dit land met 17 miljoen mensen op een oppervlakte van 41.543 km2.

Iedere stem die genomen wordt, wordt genomen vanuit een eigen positie. Ben je zelfstandig ondernemer of werknemer, heb je jonge kinderen op school of (groot)ouders in een zorghuis, ben je chronisch ziek of heb je al 50 jaar gewerkt en wil je eerder met pensioen? Jouw positie zorgt voor jouw stemkeuze.

Tig kieswijzers zijn er te vinden op het internet en zelfs de jeugd heeft een eigen wijzer. We zweven van links naar rechts om in het hokje aan een kant te komen die goed voelt. De rest van de dag worden we overladen met de peilingen met uiteindelijk een uitslag. Zoals onze Amerikaanse gids op Ground Zero in New York zei; ‘be prepared for the worst, just hope for the best’.

Na de overkill volgt er een moment van bezinning. De mannen in pakken gaan weer doen wat ze beloven te gaan doen en wij gaan verder met ons eigen hachie. De lente komt dichterbij en laat zich zelfs af en toe zien. Landelijke prioriteiten worden huiselijke klussen en ook daar zijn we weer druk mee. Democratie binnen onze vier muren waarin iedereen een mening mag hebben maar mama gewoon de baas is.

 

Vet skirrr!

“Brah, die gozer op tv is echt ongelofelijk skirr! Nee joh, die is gewoon ontzettend noep. Nou ik vind het anders kapot hard wat ie zegt. Duuhh, die skylls zijn ook gewoon niet vet joh. OMG, hij doet gewoon een prank met die dab! Loser, laten we maar verder gaan chillen.”

WTF?! I’m lost met die gasten hier! Het is haast niet meer te volgen waar het over gaat met al die woorden ertussen, d’r op en d’r onder. Tja als je dan op het punt komt dat je het niet meer kunt volgen, dan zit je in een generatiekloof. Ja, dan ben je gewoon kapot vet oud. Punt einde.

Ik herinner me deze kloof met mijn eigen ouders nog. Toen waren het de woorden onwijs, tof en gaaf die hen deed wankelen. Zonder Youtube, Snapchat, Instagram en weet ik nog meer wat er allemaal nog is, zo ontzettend onschuldig en haast onnozel zijn die woorden nu.

Gaaf is iets dat heel is of mooi aldus mijn vader. En nu zeg ik dat als iets kapot is, het stuk is. Beiden hebben we gelijk maar de next generation weet woorden een ander en vooral nieuw leven in te blazen met een totaal andere betekenis.

En als je dan denkt dat het hip is, of kek of stoer of zelfs een beetje cool als je ook mee doet met ze, sla je die plank kapot vet hard mis. “Mam, das écht zo gruwelijk wat je nu doet!” Die kloof wordt er dan ook zeker niet kleiner op als je gaat zeggen dat het in jouw tijd wel anders was.

Maar als ze me dan vragen of ik de dab wil doen, dan weiger ik dat. Mag Koning Wim Lex een stuk cooler zijn dan ik dat hij dit wel in het openbaar doet, ik doe er niet aan mee. Ik ga mijn neus niet in mijn oksel stoppen met mijn arm voor mijn ogen en dan dab zeggen. Dan maar oud en saai. Er zijn grenzen.

Uiteindelijk worden sommige van die woorden weer stopwoorden. (Een stopwoord is een uitdrukking die een spreker regelmatig gebruikt zonder er veel betekenis in te leggen, aldus wikipedia.) Ook dat kan ik me nog herinneren. Te pas en onpas worden ze eruit geknald zonder inderdaad enige betekenis te hebben.

Vroeger, toen alles anders was en de gulden nog bestond, hadden we thuis een Piekpijp. En elke keer als je dan zo’n stopwoord zei, moest je een piek, een gulden dus, in die Piekpijp doen. Om het af te leren werd er ondertussen een flink bedrag gespaard. Win-win situatie dus. Ik ben er gek op.

Word ik momenteel redelijk koekoek van dat geskirr de hele dag dus inleveren die euri bij elke keer dat het woord skirrr mij ter ore komt. Het antwoord daarop is dat dat erg Skyr van Arla is, brah! Geen seconde twijfel is er dat er ook maar één euro wordt gestort door deze generatie. Ze kijken me aan of ik weird ben en roepen tegelijk: “BIEM!”

Deze kloof valt niet meer te dichten. Kansloos.

 

 

 

 

 

 

 

Van magisch tot tragisch

Het licht is anders. Het geluid is anders. Sterker nog, het geluid is gedempt en brengt daardoor een bepaalde rust met het licht zo helder dat alles zelfs lichter aanvoelt. Een witte deken bedekt de grauwe straten, de kale bomen en de donkere daken.

Sneeuw. Magisch vind ik het. Witter dan wit met een hoge aaibaarheidsfactor ondanks de kou. Alsof er even wapenstilstand is en vrede echt mogelijk. Een simpele wandeling maakt dat je een soort van deel uit maakt van een levend schilderij. Het bijzondere geluid van het knarsend sneeuw onder je dikke schoenzolen met een idyllisch weiland voor je met een lijstje er omheen.

Paden zijn niet meer zichtbaar waardoor je eerder van het pad afraakt of buiten de/je paden treedt. Het sneeuwbaleffect is letterlijk te noemen. In iedere straat worden sneeuwballen gerold door enthousiaste kinderen. Als een soort van tuimelaartjes gekleed in dikke kleren en warme bootsen. Overal ontpoppen er zich grote en kleine sneeuwpoppen.

Zo ook bij ons in de straat. Overal komen de tuimelaartjes uit de poorten vandaan met scheppen en sleeën. Een kakafonie van gekakel om de mooiste, grootste en beste sneeuwpop te maken. Het is duidelijk wat het thema is van de oudste kinderen uit groep 8. Zijn de andere kinderen meer bezig met het scheppen van de sneeuw, zijn zij met name bezig met het scheppen van het geslacht.

De geslachtsdelen vliegen nog net niet door de lucht en de een heeft er nog een beter idee of grap over dan de ander. Wordt het een vrouwelijke sneeuwpop en komt er een gat of gaan we voor de manlijke en gaat er wat uitsteken. Prachtig vinden ze het en er wordt allesbehalve unaniem besloten door de groep 8’ers dat het een mannetje gaat worden.

Even later staat er dan op de onderste sneeuwbal iets fier omhoog. Het hoofd is nog niet aanwezig dus laat staan ogen of een mond, maar deze staat alvast. Dochterlief vindt het helemaal niets en spreekt haar ongenoegen uit. Kansloos tussen al die gierende jongens en hun fantastische idee. Een gezamenlijk foto voor de klas ziet ze niet meer zitten. Dit kan ze nooit zo aan juf laten zien.

Maar dan, als ze aan het helpen is om de sneeuwpop verder mooi te maken,
zie ik dat ze ‘m er per ongeluk afstoot. Niemand die het ziet of merkt. Een onverwachte misschien wel pijnlijke situatie waarin de sneeuwpop in één keer onzijdig is gemaakt. Voordat ik weer terug naar binnen ga, besluit ik wat bloemetjes nog zonder bijtjes te fotograferen. Soms moet je op het juiste moment je hielen lichten.

De hele dag zijn ze buiten met rode neuzen en oren met af en toe een plaspauze. Nauwelijks tijd voor warme chocolademelk om op te warmen waar de kachel loeit en de kersenbloesemtakjes tot bloei komen door de combinatie van het licht en de warmte.

Tot het winterse plaatje ineens wordt verstoord door het enorme geluid van een helikopter. Bijna aan het eind van de straat zie ik de helikopter, in geel met rode en blauwe strepen, een plek zoeken om te landen. Hij landt in de tuin van een klasgenootje terwijl nu ook de politiehelikopter boven ons vliegt. Dit is zo foute boel. Iedereen is geschrokken en wil weten wat er aan de hand is.

Dit vraagt ook een jongetje aan de piloot van de helikopter. Waarop deze droog antwoord dat er zojuist een helikopter is geland. Gelukkig blijkt hij niet nodig en stijgt weer met de arts aan boord omhoog. De andere helikopter is duidelijk zoekend nog rondjes boven ons aan het draaien. Via Burgernet blijkt dat er een jongen van 15 jaar gestoken is door een leeftijdsgenoot met een mes.

Twee jongens uit de groep opgeschoten jongeren die wij 10 minuten daarvoor tijdens onze wandeling tegen waren gekomen. Het zal je kind maar zijn die het overkomt. Het zal je kind maar zijn die het doet. Van magisch die dag schieten we in een keer door naar tragisch. Het geneuzel van de tuimelaartjes in de straat die boos zijn op elkaar door oneerlijke sneeuwbalgevechten, krijgt ineens een andere lading.

Net als dat de sneeuw positief magisch is door het incidenteel vallen, blijf ik hopen dat dit soort tragische gebeurtenissen bij incidenten blijven.

 

Het roer om

Na jaren is het dan gelukkig zover. Het roer om, oftewel no goin’ back. Het moederland wordt verlaten om geluk en het betere leven in een ander land te beproeven. Het is een kwestie van het huis verkopen, ontslag nemen en dag zeggen tegen familie, vrienden, collega’s en vage kennissen.

Je kan me er bijna voor wakker maken voor dit programma. Smullen met een hoofdletter S en genieten met hoofdletter G. Net als bij ‘Ik vertrek’ of ‘Het einde van de wereld’. Programma’s waarbij mensen (tijdelijk) hun huidige leven een heel andere wending geven in een ander land. Vaak op zoek naar een soort van rust na jarenlang file te hebben gereden en een kantoorbaan te hebben gehad. Of gewoon kwestie van een midlife. Dat kan natuurlijk ook.

Een ander leven beginnen als eigenaar van een camping, bed & breakfast of een jaar met het gezin iets nieuws starten aan de andere kant van de wereld. Omdat het huidige leven niet (meer) het gelukkige leven geeft dan je had gehoopt of verwacht. Geluk zoeken in het vaak primitievere leven wat zich veelal meer buiten afspeelt in een prachtig landschap. Zelf bepalen en beslissingen nemen door eigen baas te zijn. Zelf je tijd kunnen indelen en doen zoals jij dat wilt.

Zou ik het kunnen? Zou ik het kunnen om alles achter te laten en te starten in een ander land? Die programma’s zijn namelijk erg inspirerend zo veilig vanaf de bank gezien. Sommigen emigreren echter nog minder voorbereid dan dat wij op vakantie gaan. Ze spreken de taal niet of nauwelijks en vallen van vele regens in nog veel meer drups. Taalbarrière, heel andere cultuurgewoontes of belazerd zijn in de verkoop van een luchtkasteel dat op losse schroeven staat. Het komt behoorlijk veel voor. Wat kan ik me dan verbazen, me rot lachen maar ook ergeren en misschien wel plaatsvervangend generen over wat ik zie.

En toch, toch blijft het inspireren en trekken. Heb ik minstens net zo vaak mijn bewondering voor de mensen die dit ondernemen onder het motto; je leeft maar één keer. Maar wat krijg ik toch een pijn in mijn buik en natte ogen van die kinderen die zo alleen naar een andere school moeten in een ander land met een andere taal. Een groot, groot zwakte punt bij mij om het niet te kunnen ondernemen.

Maar dan zijn er ook de stellen met kleinere kinderen die nog niet naar school gaan en de stellen die het vet voor elkaar hebben en werkelijk iets fantastisch neerzetten zodat je nog meer getriggerd wordt. Zoals momenteel het Britste stel Dick Strawbridge & Angel Adoree (die hebben elkaar al minstens in hun namen gevonden) en hun twee kleine kinderen Arthur en Dorothy die een mega Frans kasteel voor weinig kochten. En met mega doel ik op de 46 kamers die het kasteel telt, een slotgracht heeft en een lapgrond waar menigeen, en vooral de tuinman, van droomt.

Hij, de goedlachse ingenieur die werkelijk voor alles een oplossing heeft. De kunst van het omdenken beheerst en daarmee denkt in mogelijkheden in plaats van moeilijkheden. Zij, vintage van kapsel tot nagels en creatief tot op iedere vierkante centimeter. Samen een relatie hebben waar her wish his command is en daar samen ontzettend adorable om kunnen lachen. Ze renoveren het 150 jaar oude kasteel, dat al 50 jaar leeg staat, met veel liefde en respect om zoveel mogelijk intact te kunnen houden en her te gebruiken. Om vervolgens, in een fantastische authentieke stijl, bruiloften te kunnen geven met alles d’r op en d’r an.

Ze hebben vertrouwen in wat ze zelf doen, vertrouwen in elkaars vindingrijkheid en staan open voor hun nieuwe thuisland en haar gewoontes. Tegenslagen worden overwonnen, wensen en gedachten worden vervuld en daarmee werkelijkheid. En ja, natuurlijk is er daar de regie. En ja, natuurlijk zien we heel veel beelden niet. Voelen we de kou van een onverwarmd kasteel niet, ruiken we de beerput van een riolering niet bij het vernieuwen en voelen we de vermoeidheid niet na 16 uur noeste arbeid. Maar toch, ze zijn en blijven geweldig.

Daarom aanschouw ze ik gewoon elke week verder vanaf de bank. Leef, lach en lief ik met ze mee. Verheug ik me spontaan op de maandag, dagdroom ik verder op dinsdag en kan ik bijna niet slapen op zondag. Maar voor mij (nog) geen roer om. Ik drink voorlopig een glaasje/flesje Franse wijn met een toastje cammewattes in onze hoekchateau in de Vinexwijk en droom lekker verder. Misschien gaat later dat roer wel om. Later als ik groot ben.

Van onzin naar zinvol

De helft van 25 is 12,5 en dat blijkt in huwelijksland de viering te zijn van een koperen bruiloft. Persoonlijk vind ik het de grootst mogelijke onzin omdat het toevallig de helft van 25 is. Maar daar waar onzin omgebogen kan worden naar zin en vooral zinvol, sta ik vooraan. Sterker nog; ik kom in actie!

Dus bedenk ik gelijk dat de kinderen na de studiedag op donderdag, die vrijdag erna best vrij kunnen krijgen van school zodat wij dit koperen gebeuren gezamenlijk kunnen vieren. En dat houdt vooral in om erop uit te gaan. Is het meestal de Veluwe waar het hart naar uit gaat, wordt het deze keer het Ibiza van het Noorden; Texel.

En zo zitten we met een wagen letterlijk vol geladen onderweg naar Den Helder. Alhoewel het nog geen half uur duurt met de boot, voelt het speciaal en al gelijk ver weg van huis. Starend over de reling met rode neuzen en oren warm bedekt onder mutsen, glijden school, werk en huishouden met iedere klotsende golf steeds meer van ons af. Het varen en aanmeren gaat zo geleidelijk dat het meer een soort van zoeven is.

We worden door het eiland ontvangen met een openheid en ruimte in het landschap. De uitgestrekte landerijen die in rust zijn voor wat straks gaat groeien en bloeien. Met aan de randen de duinen en de dijken als een lang uitgerekte pizza met opstaande randen. De schapen staan letterlijk als bolletjes wol in de weilanden te grazen met of zonder geschilderde gele, groene of blauwe billen. En ook Nils Holgersson met Maarten en zijn gansrijke familie lijken hier te zijn neergestreken. De weilanden stikken van die Rotganzen (eh zo heten die beesten écht hé!).

Aan de kant van de weg worden zwiebeln, openhaardhout en tulpen aangeboden. Met het systeem van vertrouwen dat je geld achterlaat als je wat meeneemt. Ik kan een bosje tulpen niet weerstaan. En terwijl op de achterbank de tijd wordt afgeteld met de navigatie tot we er zijn, neem ik alles wat ik zie in me op als een spons.

Even later staan we, met de felbegeerde sleutels in ons hand, trappelend voor de deur met een opgetogen nieuwsgierigheid. Een tweeling die gelijk een kamer samen wil met een televisie terwijl hun zus een eigen lees-, schrijf- en relaxplek creëert in een eigen kamer. Het huisje wordt eigen gemaakt met de meegebrachte spullen terwijl ik de tulpen in een vaas zet en de houtkachel wordt opgestookt. The heat is on!

De volgende dag worden we getrakteerd op een prachtige zon na een flink koude nacht. De geur van zelfgemaakte croissantjes spreidt zich door het huisje terwijl de meeuwen hun billen warmen op de toppen van de daken tegenover ons. Het zwembad trekt met de gedachte dat andere kinderen nu op school zitten en de grote mensen aan het werk zijn. Met een watertemperatuur van 31 graden besluit ik dit keer dat ik ook verder zal gaan dan alleen pootjebaden.

Het zwembad is letterlijk even helemaal voor ons zelf. Koprollen voorover, achterover, rennen door de stroming en achterstevoren van de glijbaan. We doen het allemaal en krijgen er bijna geen genoeg van. De sfeer van het zwembad in de stijl van strand en zee is, met de zon door het glazen dak, echt idyllisch te noemen. Als ik in een rieten hoge strandstoel aan de kant kijk naar het gespetter voor me, voel ik me haast de koningin in mijn eigen sprookje. Dat je weet dat het weer voorbij gaat maar het gevoel zo graag zou willen vasthouden in dat alles wat er is en vooral niet is.

Diverse boeken heb ik meegenomen maar het eiland trekt. Het trekt om ontdekt te worden. Ik pluis de Texelse Courant, Texel dit weekend en de folders van de receptie uit om zo min mogelijk te hoeven missen van alle mogelijkheden. En dat zijn er veel. Het Juttersmuseum, de Vuurtoren en Den Burg zijn ons bekend van een eerder bezoek. We besluiten deze dag naar De Koog te gaan. Een lieftallig dorpje wat gezien het tijdstip en seizoen nog behoorlijk in ruste is. Het is koud dus na een korte wandeling door het dorp en wat boodschappen, besluiten we terug te gaan naar het huisje om te lunchen.

Eind van de middag keren we terug voor een bizar mooie zonsondergang aan de prachtige kust. Lopend door het duinlandschap wat haast oneindig en leeg lijkt. Maar niets is minder waar. We weten inmiddels dat er Gorgels huizen op het Ibiza van Jochem Myjer. De één gelooft er niet in, de ander twijfelt en de laatste weet het zéker dat ze hier zijn. Op het brede strand staat een ferme frisse wind maar wat is het mooi. Alsof we naast de Gorgels de enige zijn hier. Het geluid van de zee zwelt aan als we dichterbij komen. De zon verlicht zowel de hemel als de zee in een koperen gloed en zakt langzaam verder achter de horizon. Letterlijk en figuurlijk ongrijpbaar maar zeker digitaal vast gelegd. Net als de vuurtoren later verderop in de schemer die zijn licht over zee en land laat schijnen met een gevoel van warme veilige thuisbaken.

Het is tijd voor een warme chocolademelk en een opgestookte haard. Fire it up honey! En dan is er het dilemma voor de avond. Zwemmen met een pool party of Wie is de Mol? Gelukkig hoeven we dankzij onze IT’er in da house niet te kiezen. Poolparty voor jong en cappuccino (ik zeg niets over een warm stukje appeltaart erbij) voor oud met daarna Wie is de Mol voor allemaal. Het wordt een latertje maar ach moeders ziet het door de vingers. Opvoeden is soms ook loslaten. Ok, als het mij uitkomt dan.

Al een tijd ben ik fan van het Texelse bier Skuumkoppe dus een bezoekje aan de bierbrouwerij Texels in Den Burg staat gepland voor vandaag. Een hartelijk ontvangst in het proeflokaal typeert gelijk de sfeer. De liefde, de passie en het enthousiasme voor het bierbrouwen maar ook het creëren van de verschillende smaken, straalt er letterlijk aan alle kanten vanaf tijdens de humorvolle rondleiding langs onder andere de grote koperen ketels. Met alle ingrediënten van het eiland is het met recht Texels bier. De hop in het bier schijnt weer goed te zijn voor vrouwen in de overgang. Het stofje erin lijkt op het vrouwelijke hormoon wat dan minder aangemaakt wordt. Ik wist het wel; een win-win situatie, kom maar op met dat bier! Gelukkig worden we getrakteerd op een proefplankje met 4 glaasjes koper en goud (wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol om nog te rijden) terwijl de rakkers genieten van warme choco met slagroom. Klinkende munten worden ingewisseld voor klinkend glaswerk en flesjes om thuis na te kunnen blijven genieten.

Met een lunch en een grote Skuumkoppe in een gezellige eettent in Den Burg, proosten we op een fantastisch verblijf op een fantastisch eiland. Het eiland met een lengte van 20 kilometer, een oppervlakte zo’n 170m2 en een inwonertal van ruim 13 duizend mensen. In vergelijk met onze Vinexwijk en zo’n 2000 inwoners meer en misschien een 10e van diezelfde vierkante meters, geeft het gevoel van ruimte weer op het eiland. Een eiland vol ondernemers die met liefde en passie ondernemen en gebruiken maken van dat wat er groeit, bloeit en leeft op het eiland. Een gunfactor hebben naar de andere ondernemer en elkaar dus helpen. Het is voelbaar in de gastvrijheid, merkbaar in het enthousiasme, zichtbaar in het vertrouwen en zeker te proeven.

De Texelaars hebben Texel en alles daarbuiten is ‘De Overkant’. Nederland met een regering in een flinke verdeeldheid en een overige wereld met een keiharde egotripper als opperhoofd. Texel distantieert zich met het Marsdiep als kloof tussen deze Overkant. Het valt ons dan ook zwaar als we in het pikdonker de weg naar het zuiden van het eiland rijden om weer met de boot terug te gaan. Kattenogen verlichten de wegen met alleen lantaarnpalen op de kruising. Als hartendieven in de nacht verlaten we Texel op de rustige zee met in de verte de vuurtoren van Den Helder. De vuurtoren van De Overkant. Onze eigen wereld.

Thuis zet ik de nieuw gekochte tulpen in vazen. Ze staan fier met een warme kleur en groeien uit in kracht met een ontluikende openheid. De Texelse tulp die met liefde is gezaaid en met liefde is geoogst, wordt met liefde verzorgd en geeft kleur aan de nieuwe drukke week die weer voor de deur staat. Bedankt Texel. We komen terug. Gauw. Heel gauw.

 

Texel by Write-Up

 

 

Oude liefde roest niet

Wat ik nu ga vertellen gaat over mijn broer. Over mijn broer Jonatan Leeuwenhart. Het is bijna een sprookje vind ik, het lijkt ook een heel klein beetje op een spookverhaal, en toch is het allemaal waar. Maar behalve Jonatan en ik, is er vast niemand anders die dat weet.

Dit zijn de eerste zinnen van mijn lievelingsboek Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Het is geen vrolijk kinderboek. Sterker nog, het gaat over afscheid nemen en de dood. Is het onderwerp van de dood al zo ongrijpbaar voor volwassenen maar voor kinderen nog letterlijk zoveel verder dan ongrijpbaar. Maar de manier van vertellen maakte dat het een soort van veilig was en dat het goed kwam. Angst voor het ongrijpbare en haast onmogelijk vreselijke maakte plaats voor een soort van berusting bij me. Hoe dan ook, het kwam altijd goed. En ja, dat is toch wat sprookjes deden, hoe erg het ook was? Het kwam altijd weer goed.

Hoe bijzonder dat iemand een boek kan schrijven dat zoveel betekent voor een ander. Zijn of haar kijk op een situatie kan doen laten veranderen. Hoe heerlijk is het om jezelf in een boek te verliezen. De werkelijkheid te laten voor wat het is en op te gaan in de fantasie van een ander en daarbij je eigen fantasie te gebruiken? Tot je een personage bent in het verhaal en letterlijk in het verhaal zit.

Mijn liefde voor het lezen gaat ver terug. Zeker nu ik net jarig ben geweest, is het letterlijk nog verder terug. Terug naar mijn kleutertijd. De tijd dat ik nog niet kon lezen en gefrustreerd was als mijn vader in zijn stoel de krant zat te lezen. De frustratie van de letters die ik wel zag maar er verder niets mee kon. Als een onwetende in een andere wereld stond ik aan de zijlijn.

In de eerste klas leerde ik als een razende lezen en schrijven. Als een spons nam ik het op en begaf me snel naar de bibliotheek om nog meer tot me te kunnen nemen. Als dochter van een Scandinavische moeder vond ik de boeken van Pippi Langkous schrijfster Astrid Lindgren helemaal het einde. Ik kon me makkelijk verplaatsen in de natuur waar de kinderen veelal in speelden. Emil van de Hazelhoeve, Bolderburen, Mio mijn Mio, Karlsson van het dak en Ronja de Roversdochter. Ik verslond ze. Op zomeravonden in bed onopgemerkt omdat er geen lampje aan hoefde. In de winter met mijn leeslampje verstopt onder de dekens. Uren en uren tot ik letterlijk mijn ogen niet open kon houden.

Gebroeders Leeuwenhart kwam op mijn pad toen we eenmaal verhuisd waren en ik naar een andere bibliotheek ging. Elke vrije vrijdagmiddag ging ik op de fiets naar mijn vertrouwde bieb. De grote zware deur bij de ingang maakte me al blij. De medewerksters van de bieb die er jaar in jaar uit werkte en volgens mij alle boeken moeten hebben gelezen, waren haast een onderdeel van het meubilair. Ze waren de bieb.

De grote houten trap naar boven met z’n krakende treden en brede, glad gelakte trapleuning, vond ik naast de boeken het pareltje van het oude pand. Ik kende iedere kraak van iedere tree van deze majestueuze trap naar boven. Daar waar de kinderafdeling was. Het fijnst was het als de bieb net open was en er nog niemand was. De boeken waren dan even van mij alleen net als de ruimte. Mijn ogen gleden over de ruggen van de boeken in het rek terwijl mijn neus zich vertrouwd maakte met de geur van papier, inkt en een oud pand.

Mijn buik maakte sprongen als er een boek was die ik heel graag wilde lezen. Als een kind zo blij (ok, dit gevoel had ik ook bij de Jamin) ging ik met mijn buit uren later weer naar beneden. Wederom genietend van mijn trap doch geërgerd bij tegenliggers zodat ik de binnenste trapleuning niet kon aanraken. Bij de balie beneden mocht ik mijn buit laten stempelen voor 3 hele weken. Ook al was ik er vaak de week daarna alweer, het idee dat ik deze pareltjes zo lang mee mocht nemen, maakte me intens gelukkig. Gauw trappend naar huis om me uren te verliezen in een heel andere wereld.

Gebroeders Leeuwenhart heb ik met veel herinneringen en plezier voorgelezen aan mijn oudste dochter. Het boek had ik via Marktplaats gevonden in de originele oude versie van 1975. Alsof het zo moest zijn, kwam het boek van een vrouw die veel te vroeg haar innig geliefde zus heeft verloren. Net zoals dat bij de hoofdpersonen in Gebroeders Leeuwenhart is gegaan. Het boek is ons daarom nog dierbaarder en ook Malin heeft het boek in haar hart gesloten.

Onze gezamenlijke liefde voor boeken brengt ons bij de vele mooie boekwinkels die Nederland gelukkig nog rijk is. Een boek is voelen, ruiken en beleven. De voorpret van het kopen is haast nog fijner dan het hebben. Want hebben, dat willen we! Het liefst een hele boekenkast vol. En het aller-, allerliefst zo’n vet grote boekenkast met een trappetje. Het is een droom, een heerlijke droom. Net als haar droom om schrijfster te worden. Dan is het weer mijn droom om haar boek naast Gebroeders Leeuwenhart in mijn kast te hebben. Het cirkeltje is dan rond.